Valse bescheidenheid psychologie
Inhoud Vernoemde namen Kampen Leopold Flam , Naar de Dageraad , Kroniek en getuigenis van de oorlogsjaren , Eindredactie door Hubert Dethier, VUBpress, Dit werk wordt uitgegeven in samenwerking en met de steun van de Auschwitz-Stichting te Brussel. Omslagillustratie: De Blauwe Crypte, potlood en pastel Anita Winnock, Omslagontwerp: Danny Somers Boekverzorging: Boudewijn Bardyn.
Het dagboek 2. Het 21ste transport 3. Het 22ste transport 4. Voorlopige vrijheid 5. Intermezzo Boek II - Buchenwald-Hamersleben 1. De Evacuatie 2. De Vrijheid Bijlage 1: Document in het handschrift van Leopold Flam Bijlage 2: Verwijzingen naar fragmenten uit het oeuvre van Flam die betrekking hebben op de in het dagboek behandelde problematiek.
Voetnoten Vernoemd Kampen Een getuigenis als document a Fascinatie, belangstelling, verbazing en onzekerheid, dat waren van meet af aan onze reacties op het document dat voor U ligt. Zowel de 'oorsprong' als de 'status' van dit document zijn problematisch en die problematiek wordt nog versterkt door de inhoud, die veel informatie maar ook veel stof tot nadenken bevat.
Ondanks al onze naspeuringen blijven grote delen onbelicht. Professor Leopold Flam — die zijn stempel heeft weten drukken op een heel tijdperk en een hele generatie in de academische, intellectuele en culturele wereld — heeft ons over zijn deportatie en zijn verblijf in gevangenschap niet alleen een uiterst gecompliceerd verhaal, maar ook een getuigenis nagelaten, hetgeen ons ertoe dwingt twee soorten vragen te stellen.
De eerste is van historiografische aard en betreft de vraag welk soort document wij in handen hebben. De tweede betreft veeleer de inhoud en stelt ons voor de vraag hoe deze memoires als documentaire bron moeten worden gehanteerd. Het document wil duidelijk een 'Dagboek' zijn, geschreven ten tijde van de feiten en met vermelding van precieze data en periodes.
Toch is dat niets anders dan een optische illusie die haar oorsprong vindt in de expliciete vorm van het geschrift. Een oppervlakkige lezing van de tekst en een interne kritiek ervan volstaan namelijk om te concluderen dat het niet gaat om een echt 'tijdsdocument' — in de zin van de historische kritiek — maar grotendeels om een reconstructie van na de oorlog.
Toch moet men bij lezing van het 'Dagboek' wel tot de conclusie komen dat Leopold Flam in het kamp notities heeft gemaakt en dat hij er - hoe, weten wij niet - in geslaagd is die althans gedeeltelijk verborgen te houden tot zijn bevrijding. Zoals hij zelf schrijft, is een deel van zijn aantekeningen die hij in oktober in de Dossinkazerne maakte, verloren gegaan.
Helaas heeft de rest van dit kostbare materiaal ons evenmin bereikt. Noch na zijn dood bij hem thuis, noch in de 'pakken' papier die hij had toevertrouwd aan de Stadsbibliotheek van Antwerpen b zijn er sporen van teruggevonden. De vraag blijft of deze aantekeningen zijn vernietigd dan wel verloren zijn gegaan, maar dat ze bestaan hebben is meer dan alleen maar een veronderstelling.
Waarom zijn de zwarten zo kinderlijk en moesten de indianen sterven?
Voor alle duidelijkheid zullen wij dit eerste verdwenen document aanduiden als 'Dagboek I'. Maar het origineel moge dan ontbreken, wij beschikken wel over een ander 'geschrift' van de hand van Flam dat zonder twijfel op basis van het oorspronkelijke materiaal kort na de bevrijding is geschreven. Ter illustratie publiceren wij in bijlage 1 enige passages uit dit manuscript dat wij verder 'Dagboek II' zullen noemen.
Want hoewel het overduidelijk gaat om een latere bewerking, heeft de auteur de vorm van het dagboek aangehouden, zulks in overeenstemming met de 'aantekeningen' uit de Dossinkazerne het verloren gegane 'Dagboek I. Dit is in feite het enige document van de hand van Leopold Flam dat wij bezitten. Niettemin blijft de oorsprong van het 'document Flam' dat hier voor U ligt, een bron van heel wat hoofdbrekens.
Als om ons de toegang tot het 'echte' document te bemoeilijken, schreef Leopold Flam — zonder dat wij weten wanneer, maar ongetwijfeld enige tijd na deze versie — namelijk een tweede 'Dagboek', vollediger en nauwkeuriger dan het eerste. Wij zullen het 'Dagboek III' noemen. Helaas lijkt ook dit document verloren te zijn gegaan. Noch bij hem thuis, noch in zijn andere papieren werd iets ervan teruggevonden.
Leopold Flam had namelijk zijn collega en vriend, Henri Ponet , indertijd studiemeester aan het Atheneum van Brussel in de Eikstraat, gevraagd deze derde versie van zijn 'Dagboek' in het Frans te vertalen. Hoe en wanneer die vertaling tot stand is gekomen is ons onbekend. Onze pogingen om op het spoor van de vertaler te komen, zijn vruchteloos gebleven. Wij weten dus ook niet of Flam de vertaling zelf gesuperviseerd heeft.
Dus blijft de netelige vraag of zij overeenstemt met de oorspronkelijke Nederlandse versie, onbeantwoord. Dit document noemen wij 'Dagboek IV'. Om de zaak nog iets ingewikkelder te maken dan zij al was, publiceren wij hier de door Helen Gulden en Hubert Dethier in het Nederlands hervertaalde versie. Wat de lezer in de hand houdt, is derhalve een tekst die via vier opeenvolgende verschillende teksten tot ons is gekomen en die wij dan ook 'Dagboek V' kunnen noemen.
In hoeverre het overeenstemt met het teloor gegane 'DagboekIII' blijft dus een open vraag. Gezien de omwegen die het 'document Flam' heeft gemaakt en zijn duister gebleven herkomst, kan en mag het niet worden gehanteerd als een verifieerbare historische bron als zodanig, noch als 'tijdsdocument' in de ware zin van het woord. Hoe moeten wij het dan beschouwen en op welke gronden kunnen wij zijn waarde als document baseren?
Om te beginnen wordt de lezer geconfronteerd met een schier systematische inspanning om zich de omstandigheden in het doorgangskamp Mechelen voor de geest te halen. Deze beschrijving is een groot goed, want wij beschikken over weinig nauwkeurige en systematische gegevens daaromtrent. Wat in het oog springt, zijn het observatievermogen, de indringende beschrijving en de analyse van de situaties en de gebeurtenissen.
Het geringe aantal getuigenissen over dat 'voorportaal van de dood' verleent aan het 'document Flam' een uitzonderlijke waarde. Eenzelfde permanente inspanning vinden wij in nog ruimere mate terug in zijn analyse van het universum van Buchenwald meer in het bijzonder van het Nebenlager Hadmersleben in de buurt van Maagdenburg , een analyse die ons in staat stelt een vergelijking te maken met de talrijke getuigenissen waarover wij al beschikken.
Vervolgens zien wij hoe de auteur een hardnekkig en vaak ook ingenieuze poging doet om zijn medegevangenen te 'plaatsen' en een portret van hen te schilderen. Hier gaat de analyse gepaard met een sociaalpolitieke beschouwing en systematische psychosociale aanpak die ons een levensecht beeld schetsen van al die verschillende personages in wier gezelschap hij zich, zowel in Mechelen als in Buchenwald , dag en nacht bevond.
Aangrijpende portretten worden ons geschilderd, zonder al te veel voorkomendheid, dikwijls met veel liefde, maar ook met de nodige gestrengheid en luciditeit. Niets lijkt aan de aandacht van de auteur te ontsnappen: gaande van een minutieuze beschrijving van het uiterlijk en het gedrag van zijn lotgenoten tot de meest diepgaande overwegingen over de betekenis van hun gedrag, via een microscopische analyse van hun meest elementaire reacties van alle dag.
De personages X, Y en Z, die in het 'Dagboek' voortdurend aan bod komen, zijn voor ons dan ook geen anonymi meer. Zij krijgen hun eigen echte dimensie en worden herkenbare individuen, geportretteerd midden in het concentratiekamp. Hetzelfde geldt voor de beschouwingen van Flam over de verschillende nationaliteiten waaruit de kampbevolking is samengesteld.
Hij 'schildert' een landschap, een atmosfeer en een klimaat, waardoor wij 'het kampleven' in al zijn facetten zo dicht als maar mogelijk benaderen. De auteur besteedt daarbij bijzondere aandacht aan een analyse van de interne structuren van het kamp, zowel van Mechelen als van het Nebenlager van Buchenwald. Deze sociologisch getinte analyse doet denken aan die van David Rousset in zijn L'Univers concentrationnaire , dat in werd geschreven en in het licht zag.
Tenslotte is er een derde — en zeker niet het minst belangrijke — aspect namelijk dat van de zelfbespiegeling. Als hij wordt geconfronteerd met het universum van het concentratiekamp, wordt Flam met zichzelf geconfronteerd: " Hier, waar ik me naakt voel tegenover mijzelf en de anderen, hier eindelijk denk ik mijzelf herkend te hebben " zal hij op vrijdag 21 mei in Mechelen schrijven.
Zonder zich te sparen analyseert hij zichzelf, zowel wat betreft zijn reactie op het leven in het kamp als vanuit het oogpunt van zijn intellectuele en theoretische bagage. Maar meer dan wat dan ook, meer dan de honger, meer dan de mishandelingen en de onmenselijke arbeidsomstandigheden, zijn het " het onvermogen te handelen " en het feit " toeschouwer van zijn eigen vernedering te zijn " die de auteur het diepst kwetsen in het concentratiekamp.
Op intellectueel niveau lijkt deze ervaring voor Flam te hebben gediend als een soort testbank om zijn opvattingen en zijn speculatieve en theoretische concepten uit te proberen: " Ik moet mijn verblijf en de gebeurtenissen die zullen volgen als een examen beschouwen. Het is mijn moeilijkste examen. Ik moet slagen. Alles moet aan een nieuw onderzoek onderworpen worden ".
In dat verband zij erop gewezen dat een aantal van zijn bespiegelingen en zelfreflecties worden gekenmerkt door een problematische en problematiserende religiositeit. Nooit klagen. Slagen incasseren en vervolgens wachten ,,. God komt regelmatig terug in zijn persoonlijke bespiegelingen, maar diens bestaan als bovennatuurlijke en buiten de mens staande macht wordt categorisch van de hand gewezen.
(PDF) Mein Kampf pdf (holandês):
In andere passages, geschreven nadat hij in het Nebenslager het Evangelie had gelezen, volgt hij de steile weg van het immanentisme: " God is mens.. De Auschwitz-Stichting, die te allen tijde blijft zoeken naar documentaire bronnen over de misdaden en de massamoorden van de nazi's, kon niet ongevoelig blijven voor de getuigenis van Professor Flam en meende dan ook de publikatie ervan te moeten ondersteunen.
Er blijven echter vragen onbeantwoord. Zonder enige uitleg vertelt de auteur dat hij in oktober ' op een zonnige dag ' uit Mechelen met de hulp van een zekere 'M. P' bevrijd werd. Hij deelt ons ook zonder omhaal mee dat hij erg heeft geleden onder het wantrouwen dat door deze bevrijding geruime tijd rondom hem heerste — iets wat overigens bepaald niet zo eigenaardig was en vaak voorkwam in dergelijke gevallen.
Hij laat zijn zoontje onderduiken bij vrienden en sluit zich aan bij het verzet. Het 'Dagboek' is gedurende deze periode van ongeveer 5 maanden erg verbrokkeld; het bevat veel bespiegelingen maar weinig gegevens over Flams activiteiten, hetgeen overigens niet zo verwonderlijk is. Op 15 maart t wordt hij tijdens een ontmoeting met medeverzetsmensen door de Gestapo gearresteerd.
Van 15 maart tot 5 mei zit Flam in de gevangenis aan de Begijnenstraat in Antwerpen. Hij wordt stevig aangepakt tijdens zijn verhoren waarover hij later het volgende zal zeggen: " Ik heb mij dusdanig gedragen dat niemand die me zijn vertrouwen schonk, zich over mij hoeft te schamen ", aldus Flam wanneer hij op donderdag 22 juni de draad van zijn 'Dagboek' weer oppakt in Buchenwald.
Op 6 mei gaat hij op transport naar Duitsland en de volgende dag om 14 uur arriveert hij in Buchenwald. Op 8 mei wordt hij geregistreerd als gevangene nr. Het 'Dagboek' wordt vanaf 22 juni in het werkkamp weer bijgehouden en wordt op 21 juli , daags na Flams terugkeer in Brussel, plotseling afgebroken, doch niet dan nadat de auteur ons deelgenoot heeft gemaakt van de volgende slotgedachte: " De vraag die mij het meest vrees aanjaagt is die te weten of ik in staat zal zijn de taak die ik mij heb opgelegd uit te voeren.
Welke is deze taak! De heropvoeding van de jeugd. In mijn hoedanigheid van leraar aan een atheneum, kan ik er mij aan wijden met goede hoop op succes, maar Yannis Thanassekos Directeur van de Auschwitz-Stichting. Baron Paul Halter Voorzitter van de Auschwitz-Stichting Inleiding I. Woord vooraf De publicatie van een deel van de oorlogsdagboeken van Leopold Flam c is op zichzelf een gebeurtenis.
In de jaren dertig had hij sociale wetenschap, politieke geschiedenis, filosofie en fysica gestudeerd aan de Rijksuniversiteit Gent, waar hij promoveerde tot doctor in de geschiedenis. Zijn scherp onder woorden gebrachte posities bezorgden hem niet alleen vrienden, maar ook vijanden. Het heftige, combatieve en rebelse temperament van Flam was daar zeker niet vreemd aan.
Noch de mysterieuze figuur die hij al bij al inmiddels geworden was, met zijn ongebreideld nachtwerk, zijn onstuitbare scheppingsdrang, zijn incisieve reacties op het cultureel-sociaal-politieke gebeuren o. Wat zijn 'verloren gegaan' oorlogsdagboek betreft had hij zelf in De Bezinning voor opheldering gezorgd: "Zo kwam het", schrijft hij daar, "in mij nooit op, zoals bij de meesten van mijn kameraden, een verhaal of zelfs een roman te schrijven over hetgeen we te Buchenwald hadden beleefd.
Nochtans hield ik toen een dagboek. Ik heb het grotendeels vernield. Een deel is overgebleven, maar ik heb het niet gepubliceerd", p.